Het begon met het verven van de wol met uienschillen.
Daarna verschillende nabeitsbaden.
Oranje-geel en donkergroen.
De combinatie van de kleuren vond ik zo mooi.
Ik ging op zoek naar patronen waarin ik die kleuren samen kon breien.
Het werd een trui/vest met een pas. IJslands model.
Riddari is de naam van het patroon. Hier wat afbeeldingen in diverse kleuren.
Ik was ondertussen ook al begonnen met het spinnen van de wol.
De grijze wol is Oostenrijks bergschaap. Dat heb ik als gekaarde wol gekocht.
De grijze wol is Oostenrijks bergschaap. Dat heb ik als gekaarde wol gekocht.
Het patroon is van een trui, maar ik wilde een vest maken.
Met een doorknipbies.
Kan lekker rondgebreid worden.
Ik wilde het ook van boven naar beneden breien ipv zoals
het patroon beschrijft van beneden naar boven.
Kwestie van het telpatroon omgedraaid lezen en
het stekenaantal in de gaten houden.
En eindelijk kon ik beginnen met het breien.
Breinaalden 4,5 mm.
Breinaalden 4,5 mm.
Het ging op vakantie mee. Ook daar nog gesponnen.
Hier hangen wat strengen te drogen.
Het pand is klaar.
Het opnemen van de mouwen. Liefst twee tegelijk op de rondbreinaald.
Ondertussen nog wat spinnen.
Het was zo ver klaar dat ik moest passen om te kijken
hoe ver ik nog moest breien voor de juiste mouwlengte.
Tijdens het passen merkte ik dat alles toch wel een beetje te krap zat.
Zeker voor een vest.
Zeker voor een vest.
Tot de pas alles uitgehaald en wat ruimer gebreid.
Ondertussen op een volgende camping al weer het pand klaar.
Thuis gekomen was het zover dat de trui helemaal klaar was.
Maar het moet een vest worden, dus nog doorknippen.
Eerst nat maken en opspannen.
Draad geregen waar het doorgeknipt moest worden,
beide zijden zigzaggen met de naaimachine en doorknippen.
Nu de steken opnemen voor de knooplijst.
En maar weer breien.
Hulp bij het aanzetten van de knopen.










